Hier zijn twee contrastrijke nummers qua sfeer en thema: Daansen in 't Tweiduuster beschrijft op optimistisch swingende wijze een pril gevonden geluk: „Deur oe heb ik weer leern zien wat leevn is; ik leef veur tien!".
Dien Stem ademt de nostalgische weemoed van een voorbije tijd: „Overal waor ik kiek zie ik oe; Elk moment verwacht ik dat ie veur mie staot...".
Ton vertoeft net zo vaak in en rond het Drentse Norg als in de stad Groningen. Hierdoor verschijnen in de teksten vaak woorden en termen uit deze streek die zowel in het Drents als Gronings bekend zijn, zoals "tweiduuster"/ "twijduustern", "smokk'n", "de knip", etc. De gestileerde illustratie van de twee provincies achter deze tekst verwijst daarnaar.